Metselen en Isolatie
CONTACT HOME

Gemetselde muren kunnen verschillende functies hebben. Meestal vormt de muur de afscheiding met het buitenklimaat, of verdeelt de muur de binnenruimte in twee of meer afzonderlijke vertrekken. In verband hiermede moet de warmte-isolatie en/of de geluidsisolatie zo goed mogelijk zijn. Dat betekent dat het metselwerk niet alleen op het oog een gesloten geheel moet zijn, maar dat ook inwendig alle voegen en aansluitingen goed moeten zijn vol gewerkt. Dat eist een zorgvuldige uitvoering door de metselaar. Elke voeg of aansluiting die niet volkomen dicht is vormt een lek. Een lek, waardoor geluid naar plaatsen gaat, waarvoor het niet bestemd is en waardoor duur verkregen warmte ontsnapt,  Deze tekortkomingen zijn de laatste jaren sterk in de belangstelling gekomen.

Als twee muren om bepaalde redenen enkele centimeters uit elkaar worden geplaatst (spouwmuren, al of niet ankerloos) dan moet de afstand na het metselen ook werkelijk bestaan. Uit de voegen pullende speciebaarden mogen niet de muren plaatselijk met elkaar verbinden. Hierdoor ontstaat In een buitenspouwmuur een vocht- brug en in een woningscheidende spouwmuur geluidsoverdracht; mortel , die onvermijdelijk tijdens het metselen naar beneden in de spouw valt. moet worden opgevangen op een lat van de breedte van de spouw die op de laagst aangebrachte laag spouwankers is gelegd en worden verwijderd. Alleen dan wordt voorkomen dat plaatselijk mortelbruggen ontstaan, b.v. op de spouwankers en tussen de isolatieplaten. Zo'n mortelbrug kan vocht, geluid en warmte brengen waar deze niet gewenst zijn; krimpnaden en krimpscheuren (lekken!) Kunnen ontstaan door het gebruik van te vette mortels. Vette mortels zijn mortels waarin een grote hoeveelheid bindmiddel (cement, kalk) is verwerkt- Ten aanzien van geluidsisolatie, vragen de volgende punten speciale aandacht: -aansluitingen van metselwerk tegen ander metselwerk (b.v. inkassingen), metselwerk tegen vloeren, balken e.d. moeten steeds met zorg worden uitgevoerd. Altijd helemaal vol en met geheel gevulde (stoot-) voegen, ook als deze aansluitingen later, door b.v. stucwerk, aan het gezicht onttrokken zullen zijn; in geluidsisolerende muren (zoals woning- scheidende muren) moeten geen gebarsten of gescheurde stenen of stenen met een stuk er af gebruikt worden.

Bij geïsoleerde buitenspouwmuren moet men op de volgende punten letten: -isolatiemateriaal mag niet beschadigd worden. De stukken moeten overal precies tegen elkaar passen. Bij isolatie in plaat- vorm dienen de naden gelijmd of afgeplakt te worden; de openingen voor het doorvoeren van spouwankers mogen niet groter worden gemaakt dan strikt noodzakelijk is en moe- ten met klemplaatjes (rozetten) worden afgedekt.iedere beschadiging of naad in de isolatie- laag maakt deze 'lek' en de investering in materiaal en loon is weggegooid geld. Men past ook speciaal voor isolatieplaten ontwikkelde spouwankers toe,. De isolatieplaat wordt over de in het binnen- spouwblad gemetselde spouwankers geprikt. In deze spouwankers zijn lippen aangebracht die naar boven en onder worden omgebogen en voor een goede bevestiging van de plaat zorgen.

De zorg die aan al deze zaken wordt besteed, zal het woongenot van de toekomstige bewoners ten goede komen. Slordigheid bij de uitvoering doet de waarde van alle goeddoordachte constructies voor isolatie sterk en vaak onherstelbaar verminderen. het streven naar een steeds betere warmte- latje leidt tot het toepassen van steeds dikre isolatielagen. Een gewone steen- of glaswoldeken van 50 of 60 mm maakt in een gewone spouw van 50 mm teveel contact met buitengevel. Dat mag niet en daarom maakt men dan de spouw breder.

Dit alleen maar juist wanneer: de spouwankers evenveel langer worden als de spouw wijder wordt. Gaat het om 10 of 20 mm dan kan worden volstaan met het, aantal ankers per m2 te vergroten; wordt de spouw meer dan 1 00 mm dan moet volgens de voorschriften het binnen-; spouwblad 150 mm dik worden en de verankering aangepast; omdat het buitenspouwblad in de zomer meer uitzet dan het binnenblad is het noodzakelijk dat het buitenblad zich bij de hoeken vrij kan bewegen. Uit onderzoek "van schadegevallen is gebleken dat het, daarom ongewenst is spouwankers dichter dan: !: 1500 mm bij de hoeken aan te brengen, vooral bij lange gevels, Bij steenwol- en glaswolisolatie Is het gewenst  het materiaal om de hoek door te laten lopen.

Een verzwaring van het muurgewicht geeft slechts een geringe bijdrage tot de verhoging van de geluidsisolatie. Daarom is gezocht naar een andere oplossing voor het verkrijgen van een betere geluidsisolatie. Een voor de hand liggende oplossing lijkt dan de spouwmuurconstructie te zijn. Worden spouwmuren onderling gekoppeld door spouwankers, dan blijken deze ankers voor een zo grote geluidsoverdracht te zorgen, dat de isolatiewaarden gelijk zijn aan die van massieve bouwmuren. Ter verbetering van de geluidsisolatie is het daarom noodzakelijk de spouwmuren van iedere koppeling te ontdoen, waardoor een ankerloze spouwmuur ontstaat. 'Ontdoen van iedere koppeling' betekent, dat ook de vloeren worden onderbroken, de fundering ter plaatse van de wanden wordt verdiept en de kapconstructie waar mogelijk wordt gescheiden. Men bereikt hiermee dat twee naast elkaar gelegen woningen in feite tot vrijstaande woningen worden gemaakt. Geluidsmetingen op dit type constructies hebben uitgewezen dat op deze wijze inderdaad een aanzienlijke verbetering in de isolatiewaarden wordt verkregen. Wanneer bij de uitvoering van ankerloze spouwmuurconstructies de punten die aangegeven, nauwkeurig in acht worden genomen, blijkt dat het in de praktijk mogelijk is om op eenvoudige wijze een aanzienlijke akoestische kwaliteitsverbetering te ver- krijgen voor eengezinswoningen.

Een metselsteen van gemiddelde hardheid is poreus. Als hij gedeeltelijk onder water wordt gezet. is na enige tijd te zien dat het vochtige deel groter is dan het deel dat zich onder water bevindt. Het water stijgt uit eigen kracht door de kleine openingen In de steen om- hoog. Men noemt dit capillaire werking. In metselwerk dat in de grond begint, stijgt het grondvocht dus omhoog. Om te voorkomen dat langs deze weg vochtige binnen muren ontstaan, wordt in elk gemetseld bouwwerk een vochtraam of cementraam aangebracht, Dit 'raam' bestaat uit 10 of 12 lagen metselwerk, onder het gehele gebouw, uitgevoerd in extra harde stenen (klinkers) en sterke mortel. In gevels wordt dit metselwerk meestal zó aangebracht dat, als het gebouw klaar en de grond rondom weer aangevuld is, 5 of 6 lágen van het cementraam boven het maaiveld liggen. Het extra sterke metselwerk bevindt zich dan op de plaats waar de muur het meest kwetsbaar is. Vlak onder en boven het maaiveld is deze altijd vochtig en de kans op verweren en stukvriezen is daar het grootst. Een oude benaming voor dit vochtraam is trasraam. Vroeger werd het gemetseld met een trasmortel. Tras is een vulkanisch gesteente in poedervorm dat, evenals cement, aan een kalkmortel de eigenschap geeft ook onder water te verstenen.

Doordat metselstenen poreus zijn, laten zij bij langdurige regenbuien water door. Als de regen vergezeld gaat van veel wind, dan is de waterdoorslag niet gering. - Bij een flinke stortbui krijgt elke vierkante me- ter muur zo'n 6 liter water te verwerken. Daar- van zal, na verzadiging van de steen 2 tot 3 liter langs de binnenkant van het buiten- spouwblad naar beneden stromen. Dit doorslaan van water kan niet worden voor- komen. Daarom moeten metselconstructies aan dit gegeven worden aangepast. Buitenmuren worden daarom steeds als spouwmuur uitgevoerd. Het buitenste blad van de muur kan dan nat worden, zonder dat dit invloed heeft op de binnenmuur. Om het binnenkomende water zo spoedig mogelijk weg te werken (door verdamping) moet de spouw geventileerd worden. Dit ge- beurt door aan de voet van de muur en boven- aan enkele stootvoegen open te houden. Bij een geïsoleerde spouwmuur moet met deze waterdoorslag rekening worden gehouden. Een goede regel daarbij is, de spouw minstens 20 maar beter 30 mm groter te maken dan de isolatielaag dik is. Het niet geheel vullen van de spouw is ook belangrijk voor de metselaar. Hij zit dan niet steeds met zijn handen in de steenwol -of nog erger -de glaswol.

metselen

 

Copyright WWW.METSELEN.NET © 2000            Disclaimer